Teekengenootschap Pictura, Dordrecht, 23 februari 2012.

De eerste expositie in de grote zaal (Tonio de Roover & Bertjan Pot, titel: ‘Een gesprek’) had inderdaad de meeste ruimte nodig. Het geëxposeerde werk van dit duo was vooral ‘consumentaal’: meubels, woondecoratie en -verlichting van een onhandig aan elkaar geknoopte vuilnisbelt.

De tweede expositie (BanketjeDesign, titel: ‘Souvenirs et Pipes de la Terre’) in de 3de zaal had iets meer diepgang, met onwerkelijke uitgangspunten, mooie tekeningen, maar miste intimiteit door een ontoegankelijke en onprofessionele presentatie.
De caleidoscopische animatie was ronduit voorspelbaar.

Mijn favoriete tekening van deze expositie, van BanketjeDesign.

In de foyer (Vera Harmsen & Jenna Kool, titel: ‘cultuur als bodem’) hingen aan de ene muur de collages voor de schetsen van een op dit moment alreeds verouderde thema-agenda, leuk, maar ertegenover hingen enkele inkttekeningen en ‘water colors’ met een eigen taal en een eerlijk statement. Jenna Kool heeft een goed verhaal met humor en perspectief.

Pictura: ‘doen!’, als je in Dordt bent!

Wico Vos
23 februari 2012.

RE: Rotterdam

Bezocht: 12 februari 2012, tevens de laatste dag van de expositie:

http://www.rerotterdam.com/

Tegelijkertijd met twee andere kunstpresentaties in Rotterdam (RAW Art Fare en de Kunstbeurs Art Rotterdam ), vond in een flatgebouw aan de Maas de ‘RE: Rotterdam’ kunstpresentatie plaats.

De intreeheffing voor ‘RE: Rotterdam’ bestond uit de verplichting je jas op te hangen in de garderobe. Dat kostte € 1,-, dus voor de prijs hoef je het niet te laten.

Daarna werd ik losgelaten in een leegstaand kantoorgebouw, waarvan vier verdiepingen door kunstenaars waren ingericht en waarvan een andere verdieping was ingericht als restaurant (de 6e etage).

Meteen bij binnenkomst op de begane grond bleek de expositie zeer divers werk te bevatten, van allerlei kunstenaars, mannen, vrouwen, nationaal, internationaal, jonger en ouder, beginnend en gerespecteerd.
Het zou een zeer afwisselende expositie worden. Er was ondertussen ook sprake van een prijsvraag, waarbij door de tentoonstelling heen allerlei genomineerden de revue zouden passeren.

De begane grond was helemaal open. Plafondplaten waren verwijderd, geen vloerbedekking, maar wel de gebruikssporen van een kantoor. Een van de exposerende kunstenaars had echter de ruimte weer opgedeeld met een papieren wand, met daarin een gat waar je nog precies met je rolstoel onderdoor paste. Die opdeling van de ruimte vond ik jammer en het kunstwerk, dat er de oorzaak van was, vond ik onbegrijpelijk slecht. Verder een geweldig werk met geluidseffecten en interessante dingen met textiel en performance. Ik kreeg een goed gevoel over deze expositie, terwijl ik in het trappenhuis even verderop naar de volgende verdieping klom.

Op de volgende verdiepingen waren de kantoorruimten opgedeeld in de bekende ‘kantoortjes met centrale gang’, die allemaal waren ingericht door individuele kunstenaars, die hun werk exposeerden en te koop aanboden onder de vlag van de exposerende galeries. Bij veel kunstwerken hingen de prijzen ernaast, wat wel leuk was, want dat zie je in een museum nooit. Ook waren in heel veel kamers de kunstenaars zelf aanwezig, wat je in een museum ook niet vaak zal meemaken.

De kunstwerken waren in de meeste gevallen ‘vers’. Ook weer een groot verschil met een museum, waar over het algemeen de kunstwerken van ‘gevestigde kunstenaars’ worden tentoongesteld.

Niet alle kunstenaars zijn geweldenaars of Picasso’s, maar er zijn er best een paar de moeite waard. Dat was duidelijk te zien op deze expositie en de jury voor de prijsvraag had het juiste werk genomineerd.

Wat ook duidelijk te zien was, waren de intieme beelden van de zoekende stappen van de individuele kunstenaars zelf, op weg naar een eigen identiteit en hun ongetwijfeld welverdiende plek ergens op de ladder van de eeuwige roem.
Er exposeerden ook kunstenaars, die die status al hadden bereikt of in elk geval in staat waren van het maken van hun kunstwerken te leven, deels.

Ik vond het tentoongestelde werk behoorlijk figuratief, met veel gebruik van foto’s (en PhotoShop natuurlijk, en dan het resultaat printen op doek bij de HEMA en er dan nog even wat mee doen: borduren, wit wassen, uithalen, stuksnijden en weer opplakken.)
Maar gelukkig zag ik ook veel goeie schilderijen en super goeie tekeningen en soms erg interessant materiaal gebruik, met de bijbehorende mysteriën. Ik zag ook een video game met controllers en geweldige collage effecten, spelen met licht en projectie, een vreemde klok en schalen gemaakt van ringen van klei.

De expositie was zeer gevarieerd en de indrukken wisselden elkaar zeer snel af en gelukkig was daar steeds ook de Maas, het uitzicht op Rotterdam, dat bij elke nieuwe hogere verdieping met nieuwe kunstenaars en nieuwe kunstwerken een groter perspectief kreeg.

Tussendoor toch maar even wat weggespoeld op de hoogste toegankelijke zesde verdieping, voordat ik de laatste belevenissen in de verbeelding tot mij ging nemen.

Voor mij eindigde de tentoonstelling bij het werk van mijn vriend P. op de vijfde etage, maar ik had er ook mee kunnen beginnen als ik beneden bij binnenkomst meteen de lift had genomen.

Met de jas aan, terug in de vrieskou, stormde het onder mijn bontmuts.
Deze tentoonstelling deed mij meer dan elke individuele kunstenaar mij kon beloven en gaat mij nog dagen bezighouden.

Wico Vos

13 februari 2012.

Wat is kunst, deel 3

Voor de beantwoording van deze veel omvattende vraag kunnen we natuurlijk even zo vele ingangen vinden.

Uw en mijn antwoorden worden dan vaak gerelateerd aan bestaande domeinen, binnen wat wij, in onze tijd, ‘de kunsten’ noemen, zoals: beeldende kunst, muziek, theater, dans, poëzie, design, film en andere media.

Een essentieel en overkoepelend deel van uw antwoord behoort echter tot de wereld van de filosofie en wordt ‘esthetica’ genoemd.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Esthetica

De filosofen vragen zich sinds mensenheugenis af wat de werkelijkheid en waarheid achter de schoonheid inhouden en welke speciale rol daarbij is weggelegd voor de kunsten. Dit doen zij op haast wiskundige wijze, door onderzoekingen te doen naar het menselijk denken, gesprekken met elkaar te voeren en resultaten en conclusies aan elkaar te meten en tegen elkaar af te zetten.

U allen kent vast ook het effect op uw gemoed van een kunstwerk, uit welk domein dan ook, dat u mooi vindt (of juist uitgesproken lelijk). Waar dat soms vandaan komt is iedereen een raadsel, maar daarmee is wel bewezen, dat kunst invloed heeft op de emotionele beleving en rationele kijk van de mens op zijn of haar leven. De meeste mensen noemen dat ‘smaak’ zonder dat ze precies kunnen omschrijven wat er mee bedoelt wordt, ‘Het is een gevoel.’.

Precies daarom werden kunst en de daarmee samenhangende esthetica in de loop van de eeuwen een zeer belangrijk onderdeel van wetenschappelijk onderzoek binnen de filosofie, tot op de dag van vandaag. Kunst heeft invloed op de dagelijkse emoties en manier van denken van de mens.

U moet maar eens opletten hoe vaak een toffe speelfilm of een goed boek de wetten en regels van een Griekse tragedie volgen, een resultaat, tegenwoordig een product, van uitstekend denkwerk uit de prehistorie van de filosofie en esthetica, dat nog steeds iedereen ter wereld een warm gevoel geeft en alles in uw ziel en zaligheid aan het wankelen krijgt. Onze directe doctrine van normen en waarden hangt er zelfs mee samen!

Het zegt ook iets heel belangrijks over de relatie, die u als mens onderhoud met de beleving van schoonheid (vaak omschreven als ‘smaak’) en de dagelijkse invloeden, die door onze maatschappij bij u naar binnen worden gepompt: wat u mooi vindt is gemanipuleerd! U DENKT dat u het mooi vindt!

Kunst kan voor iedereen een opening worden naar een andere benadering van het leven, een reddingssloep uit uw eigen dogmatische denkwereld, los van uw persoonlijke ‘smaak’.
Een persoonlijk antwoord geven op de vraag: “Wat is kunst?”, zal louterend werken op uw gemoed en juist het kunstwerk dat u eerst lelijk vond helpt u met het vinden van een nieuw inzicht en frisse inspiratie.

Wat is kunst?

Kunst is een nieuw idee!

 

Wico Vos

8 februari 2012

Wat is kunst, deel 2

Kunst gaat altijd over een perceptie op de Wereld, direct om de kunstenaar heen. Hoe kijkt hij? Wat ziet hij? Wat ontroert hem, raakt hem, interesseert hem? Waar wil hij mee experimenteren, over filosoferen, met welke denkbeelden laat hij u dingen meemaken, die u nog nooit hebt beleefd met al uw zintuigen, die u en uw emoties laten huilen en lachen?

Om iets meer van de kunsten te begrijpen en er nog meer van te kunnen genieten en in te kunnen ontdekken, is het handig om iets te weten over de algehele kunstgeschiedenis.

Het is belangrijk u in te beelden onder welke omstandigheden bepaalde kunstzinnige uitingen tot stand zijn gekomen. Vooral in de periode van en voor de vroege Middeleeuwen (tot ca 1350 N.C.) is bijvoorbeeld de macht van de kerk, en de religie in algemene zin, duidelijk herkenbaar in het werk van alle Grote Meesters. En religie, mystiek en poëzie spelen nog altijd een belangrijke rol in de kunsten.

Die Grote Meesters uit die tijd zijn nu nog steeds te zien in de musea en te beluisteren in de theaters overal ter wereld, mensen uit onze tijd staan er uren voor in de rij en die kunstwerken behoren tot de vroegste kunstperioden, meer dan 600 jaar oud, vanaf de eerste Chinese Dynastie tot de tijd van de aankondiging van de Europese Renaissance.

De periode voor en tijdens de vroege middeleeuwen noem ik eigenlijk de pre-historie van de kunst. In die tijd was elke zinnig mens normaal gesproken bezig met het vergaren van zijn potje, met jagen en telen, melken en graven.
Sommige mensen waren echter in dienst van de kerk, in dienst van God, of van het leger, de dood en het dodenrijk. Het waren meestal excellente beeldhouwers, tekenaars en schilders, mensen met een speciaal talent, zoals doktoren, architecten, vrijmetselaars en andere semi wetenschappers, de alchemisten van hun tijd. Die mensen konden hun vak enkel en alleen uitoefenen onder de dekking van politieke en financiële verbondenheid met de religieuze- en militaire machthebbers van hun tijd.

Vanaf de renaissance, die begon in de late middeleeuwen, veranderde dat dogmatische klimaat, doordat de ‘alchemistische kunstenaarswetenschappers’ een aantal misvattingen van de religieuze macht aan de kaak stelden en werd het voor de individuele mens steeds meer mogelijk zelfstandig onderzoek te doen naar zijn of haar belevingswereld. Dit ging niet geheel zonder slag of stoot. Ook bijvoorbeeld de Grote Meester Leonardo Da Vinci belandde in de gevangenis, vanwege zijn onderzoekingen in zijn persoonlijke belevingswereld. Velen waren hem voorgegaan en hadden het met de dood, soms op een vreselijke manier, moeten bekopen.

Ergens na de Gouden Eeuw (ca. 1700 N.C.) begon de beleving van de individuele schoonheid een grote rol te spelen. Men ging steeds verder, op het decadente af, in het toelaten van de fantasie en de individuele denkkracht van de mens. Er ontstond eigen individuele zienswijze, een identiteit gebaseerd op een eigen reflexie op het bestaan, los van religie en grenzeloos in haar ontdekkingen.

Zo rond de Eerste Wereld Oorlog werd het uiten van kunstzinnige projecten vertaald als een politiek pamflet, een soort protest tegen de steeds meer mechaniserende wereld om de mensen heen. De macht kwam bij de industriëlen terecht. De kunstenaars deden angstvallig hun best om in die harde levenloze wereld van de machine de schoonheid van de menswaardigheid te ontdekken.

Totdat Adolf Hitler de ultieme mechanisatie toepaste: het industrieel doden van mensen. Een filosofisch kunstwerk, waar zelfs de duivel niet van had durven dromen.

Ik noem het de ‘knip’ in de kunstgeschiedenis. De kunstenaars werden eerst massaal afgeslacht en daarna verdeeld en ingezet bij de wederopbouw van de nieuwe wereld, op de rokende puinhopen van een hoogtepunt en een dieptepunt in de menselijke beschaving. De Europese renaissance had haar eindpunt bereikt, de machine had gewonnen.

Massaproductie en reproductietechnieken werden interessant en wetenschappelijke en technische grenzen en mogelijkheden uitgebuit.
De propaganda technieken uit de oorlog deden de machines opnieuw aanslaan en de kunstenaar werd een reclame-bobo of een popster, in dienst van de grote industriëlen der Aarde. De kunstenaar werd het resultaat van zijn eigen kunstwerk. Resultaat werd kunst.

Wat echter steeds weer overeind blijft staan door de eeuwen heen, als een vast eikpunt in de ontwikkeling van de mens, is het onderzoek van de individuele kunstenaar zelf. Zijn directe belevingswereld, zijn omgeving en inspiratiebronnen. De kunstenaar blijft door de eeuwen heen individueel werk maken, dat een reflectie is van de wereld waarin hij zelf leeft en dat, hoe bijzonder ook, altijd een relatie blijkt te hebben met zijn of haar tijd en cultuur.

Inmiddels is de status van Leonardo Da Vinci vergelijkbaar met die van bijvoorbeeld Shakespeare of Elvis Presley. Ook bij deze Grote Meesters is het onderzoek naar de directe eigen belevingswereld altijd de belangrijkste inspiratiebron geweest. Het kunstwerk is daarom altijd een reflectie van de omstandigheden waarin de kunstenaar zelf leeft.

Kijk maar eens goed. Daarmee wordt elk kunstwerk ‘echt’ en mag u zich best laten ontvoeren door de schoonheid van een kunstwerk, ook al ‘kan een kind het maken’ en vraag uzelf dan eens af: “Wat is eigenlijk mijn ontdekking?”.

Elke uiting van het antwoord op die vraag mag u vervolgens ‘kunst’ noemen.

 

Wico Vos

6 februari 2012.